menu

Het mooie leven van het Lelijke Eendje

De Citroën Deux Chevaux, die in Nederland het Lelijke Eendje werd genoemd en in België als bijnaam het Geitje kreeg, was zeker in de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw een vertrouwde verschijning in het verkeer. Het pruttelende autootje was zó geliefd dat er in totaal maar liefst meer dan vijf miljoen van zijn gebouwd.

Het mooie leven van het Lelijke Eendje - Jongbelegen.nu

Paraplu op wielen 

Na de dood van André Citroën en de overname van het bedrijf door bandenfabrikant Michelin, besloot de nieuwe leiding van de autofabrikant in 1935 een kleine auto te ontwikkelen die geschikt diende te zijn voor het ruige Franse platteland. Het werd de TPV, oftewel ‘Toute Petite Voiture’. De projectleider omschreef het doel van de TPV als ‘een paraplu op vier wielen’. Op basis van marktonderzoek werd besloten dat het een voertuig moest worden dat twee boeren met 50 kilogram aardappelen kon vervoeren of een vat met 50 liter wijn. Ook gaat het verhaal dat het de mogelijkheid moest bieden om een schaap in de auto mee te nemen. De auto moest hierbij zo comfortabel zijn dat eieren in een mand niet zouden breken wanneer de auto over een stuk omgeploegd land zou rijden. Overige eisen waren dat de auto vooral zuinig, betrouwbaar, goedkoop en eenvoudig te bedienen moest zijn. Een boerin moest ermee naar de markt kunnen rijden. Ook moest de boer, met zijn zondagse hoed op, erin passen zodat hij per auto naar de kerk kon. Het uiterlijk van de wagen werd niet belangrijk gevonden.

Eén koplamp

Oorspronkelijk plaatste men uit besparingsoverwegingen slechts één koplamp. Nadat een prototype tijdens een proefrit een botsing had gekregen doordat de tegenligger dacht met een motorfiets te maken te hebben, werd het model voorzien van twee koplampen. Er werd een auto ontwikkeld die aan het merendeel van alle genoemde eisen voldeed, maar hij was zeker nog niet klaar voor productie. Citroën was van plan een prototype van de auto te presenteren op de Salon de l'Automobile van oktober 1939, maar de Salon werd vanwege de dreigende Tweede Wereldoorlog afgelast.

Lelijk Eendje

Na de oorlog, en na grondige aanpassingen aan het oorspronkelijke ontwerp, werd de auto tijdens de Autosalon van Parijs aan pers en publiek gepresenteerd. De geuzennaam Lelijk Eendje of kortweg Eend zou zijn bedacht door een journalist die de Autosalon bezocht. De serieproductie van de 2CV begon op 11 juli 1949. In het begin werd de auto voornamelijk aan boeren (de primaire doelgroep), zorgverleners als huisartsen en bekende Franse kunstenaars (gratis reclame) geleverd. De Franse plattelanders waren direct enthousiast, wat de wachttijd liet oplopen tot drie jaar. Nederland was in 1952 het eerste exportland voor de 2CV. Maar de auto werd in het begin slecht verkocht. Waarschijnlijk vanwege het uiterlijk, waar door de fabriek weinig aandacht aan was besteed. De laatste 2CV werd op vrijdag 27 juli 1990 geproduceerd. De Eend werd een cultvoertuig en mag zich scharen tussen automobiele iconen als de Volkswagen Kever, de Morris Minor, de Mini en de Fiat 500. Ook tegenwoordig kent de 2CV nog behoorlijk wat liefhebbers - in Nederland reden er in 2018 nog ruim 8.000 van rond.

Spartaans

In 1948 was de 2CV uitgerust met een benzinemotor van 375 cc, een luchtgekoelde kopklepmotor met twee cilinders. De basis van deze motor is tot het einde van de productie dezelfde gebleven, alleen werd er steeds een beetje meer vermogen uit gehaald. De eerste modellen waren wel heel spartaans. Ze hadden vrijwel geen dashboard. De benzinestand werd gepeild via een peilstok die in de tank gestoken moest worden. De ruitenwissers werden met de hand bediend of waren gekoppeld aan de snelheidsmeter zodat ze bij stilstand niet werkten. Een bijzonder kenmerk van de 2CV is ook de positie van de versnellingspook. Deze steekt horizontaal door het dashboard. Later zag men dat ook bij de Renault 4. De achterbank van een Eend kan gemakkelijk verwijderd worden en los worden gebruikt. Hij werd vaak op jongerenkamers aangetroffen. Wie met de eend op kampeervakantie ging kon, het bankje naast de tent zetten.

Annie M.G. Schmidt

In december 1959 verscheen, in de vorm van een kartonnen grammofoonplaatje met een plastic laagje als geluidsdrager, een reclameplaatje voor de Lelijke Eend. Annie M.G. Schmidt schreef ‘Het Lelijke Eendje’ ter promotie van de auto op een melodie van Paul van Westering. Het liedje bevat o.a. de opmerkelijke tekstregels ‘Wij hebben ‘m niet voor de show. En sommige buren kijken verbaasd, ze vinden het dier maar zo-zo’/ Op de achterkant stond alleen de instrumentale begeleiding, zodat men 'gezellig mee kon zingen'. Kopers van een Citroën 2CV kregen het plaatje als geschenk, andere belangstellenden konden het voor 36 cent bestellen bij Citroën. De bruinkartonnen hoes waarin het plaatje werd geleverd was ook bruikbaar als envelop. Het geheel was dus net zo multifunctioneel als de auto zelf.

Eendemuseum

De oudste in Nederland nog rijdende Citroën 2CV is in 2018 op een veiling aangekocht. De auto stamt uit 1949. Deze Eend is de te zien in het in 2017 geopende Eendenmuseum in Andijk. Het museum bezit een collectie van meer dan driehonderd verschillende exemplaren.

De Eend was dan misschien niet moeder's mooiste, maar succesvol was 'ie wel!

Luister hier naar het reclameplaatje van Annie M.G. Schmidt

juli 2020
Wim van der Oest
Kan lezen en schrijven met woorden. Vier decennialang tekstschrijver en auteur. Enthousiast medeoprichter van Jongbelegen. Waarom? Omdat hij online maar bar weinig magazines kon vinden die niét tuttig en ouderwets zijn.

Goed stuk

Deel dit artikel: